top of page

Tijdelijk zonder assistentiehond

Tijdelijk zonder assistentiehond: over noodopvang, training en loslaten als

hulphondenteam


Twee weken geleden brak ik mijn enkel.

Vrij plotseling kwam ik daardoor in een situatie terecht waarin ik niet alleen moest

nadenken over mijn eigen herstel, maar ook over Iris — mijn assistentiehond in opleiding.

En eerlijk gezegd was dat één van de moeilijkste keuzes van de afgelopen jaren.

Want wat doe je wanneer je hulphond nog volop in opleiding is, jij zelf tijdelijk uitvalt, en je

ineens moet beslissen wat op dat moment het beste is voor jullie allebei?

Een opvangadres hebben is niet hetzelfde als een beschikbare opvang


Binnen hulphondentrajecten wordt vaak geadviseerd om meerdere vaste opvangadressen

achter de hand te hebben voor noodgevallen.

Dat advies is logisch.

Niemand weet wanneer een ziekenhuisopname, ongeval of plotselinge uitval ontstaat. Zeker

wanneer je afhankelijk bent van een assistentiehond, is het belangrijk om na te denken over

een noodplan.


Ook wij hadden zulke opvangplekken geregeld.

Maar de praktijk bleek ingewikkelder.

Mijn ouders zijn normaal gesproken een opvangadres, maar waren op dat moment op

vakantie. Daarnaast werkt mijn vader nog volop en heeft mijn moeder een druk

vrijwilligersleven. Tijdelijk oppassen zou misschien nog lukken, maar een jonge hulphond in

opleiding begeleiden, trainen en structuur bieden is iets anders dan “gewoon een hond in

huis hebben”.

Mijn broertje is óók een opvangadres, maar heeft zelf een druk gezin en een eigen hond

thuis. Ook daar voelde het niet eerlijk om alle verantwoordelijkheid langdurig neer te

leggen.

Daarnaast hadden we nog een derde opvangplek op een boerderij. Een fijne plek, maar daar

woont op dit moment ook een zeer oude seniorhond. Voor een korte noodopvang zou dat

prima zijn geweest, maar een jonge, energieke hulphond daar meerdere weken plaatsen

voelde niet als de beste keuze — niet voor die oudere hond, en niet voor Iris.


En juist dát is de realiteit die vaak vergeten wordt:

een noodplan op papier is iets anders dan een opvangplek die op dát moment ook echt

passend, haalbaar en beschikbaar is.

Een hulphond in opleiding kan niet altijd “even stilgezet” worden

Bij een volledig opgeleide assistentiehond ligt de situatie vaak alweer anders. Maar Iris zit

nog midden in haar opleiding.

Dat betekent dat ontwikkeling, training en begeleiding dagelijks doorlopen.


Door meerdere bijtincidenten in haar jonge leven heeft ze extra begeleiding nodig rondom

spanning en gedrag naar andere honden. Geen extreem probleemgedrag, maar wel punten

waar actief en zorgvuldig mee gewerkt moet worden.

Juist daarom wilden we voorkomen dat haar training wekenlang volledig stil zou vallen.

Want stilstand is bij een hulphond in opleiding niet altijd neutraal.

Routines kunnen wegvallen.

Spanning kan toenemen.

Onzekerheid kan groter worden.

En gedrag waar je juist zorgvuldig aan werkt, kan teruglopen wanneer begeleiding tijdelijk

volledig stopt.


Daarom draait opvang bij een hulphond in opleiding vaak niet alleen om “oppassen”, maar

ook om:

- structuur,

- training,

- observatie,

- begeleiding,

- rust,

- en het behouden van stabiliteit.


Uiteindelijk brachten we Iris terug naar haar “puppy-mama”

Ondertussen kwam veel zorg automatisch bij mijn zoon van dertien terecht. Hij hielp enorm

mee, maar eerlijk is eerlijk: ik vond het niet fair om een kind verantwoordelijk te maken

voor alle dagelijkse zorg, training én begeleiding van een hulphond in opleiding.

Uiteindelijk heb ik daarom — in overleg met meerdere betrokkenen — besloten om Iris

tijdelijk terug te brengen naar haar puppy-mama: de plek waar ze geboren is.

Bij Hondendagopvang Het Twiske van Daphne Ter Beek verblijft ze nu tijdelijk binnen een

combinatie van dag-, nacht- en trainingsopvang.

Omdat Iris een assistentiehond in opleiding is, krijgt ze daar extra begeleiding, structuur en

gerichte training.


We hebben bewust geen harde einddatum afgesproken.

Want uiteindelijk draait het niet alleen om mijn herstel, maar ook om Iris haar welzijn.

Hoeveel stress ervaart zij zonder mij?

Kan ze daar voldoende rust vinden?

Boekt ze vooruitgang?

En hoe lang red ik het zelf zonder werkende assistentiehond naast me?

Dat zijn moeilijke afwegingen waar je als hulphondenteam soms ineens middenin

terechtkomt.


Voor het eerst in ruim tien jaar zonder assistentiehond

Wat deze situatie extra bijzonder maakt, is dat ik voor het eerst in ruim tien jaar écht

zonder assistentiehond leef.

Niet de overgang van een gepensioneerde hulphond naar een pup.

Niet een hond die tijdelijk minder werkt.

Maar echt: geen hond naast me.

En pas dan merk je hoeveel ondersteuning ongemerkt verweven raakt met het dagelijks

leven.


Een assistentiehond is niet alleen gezelschap.

In de loop der jaren raakt een hond verweven met veiligheid, structuur, signalering,

energiemanagement, routines en dagelijkse ondersteuning. Zeker wanneer een hond taken

uitvoert rondom gezondheid, spanning of functioneren, ga je onbewust óók bouwen op die

samenwerking.

Nu die ondersteuning tijdelijk wegvalt, moet ik allerlei noodsystemen opnieuw opbouwen.

Alles handmatig moeten overnemen

Voor mij betekent dat op dit moment onder andere:

- continu medische controles uitvoeren,

- waardes blijven monitoren,

- alarmsystemen instellen,

- bewuster letten op lichamelijke signalen,

- en actief blijven beoordelen of situaties nog veilig verlopen.


De cardiac alert-taken van Iris worden nu grotendeels opgevangen door apparatuur en

handmatige controles.

Waar Iris normaal gesproken vaak vroeg veranderingen signaleert, moet ik mezelf nu veel

intensiever controleren om te kijken of alles nog stabiel blijft.


Daarnaast zet ik dag en nacht wekkers om mezelf regelmatig te controleren:

Ben ik nog goed aanwezig in het hier en nu?

Raak ik niet te ver weg in dissociatie?

Blijf ik voldoende alert?

Kan ik mezelf weer terughalen wanneer dat nodig is?

Dat klinkt misschien klein, maar wanneer je dat continu bewust moet blijven doen, kost dat

enorm veel energie.


Ook de ADL-ondersteuning valt ineens weg.

Taken die normaal deels door Iris worden opgevangen, moet ik nu volledig zelf uitvoeren.

En juist die opeenstapeling merk je.

Elke handeling kost meer energie.

Elke taak vraagt meer planning.

En ondertussen herstel ik óók nog van een gebroken enkel.

Dat betekent soms ook heel praktisch keuzes maken.

Niet alles perfect doen.

Taken doorschuiven.

Rust boven perfectie kiezen.

En accepteren dat overleven en veilig blijven functioneren soms belangrijker is dan voldoen

aan hoe het “eigenlijk” hoort.


De bekende “3 dagen – 3 weken – 3 maanden”-regel

Binnen opvang- en gedragsbegeleiding wordt vaak gesproken over de bekende “3 dagen – 3

weken – 3 maanden”-regel.

Hoewel dit geen harde wetenschappelijke tijdlijn is, sluit het wel aan bij wat

gedragsonderzoekers en opvangcentra al langer zien rondom stress, aanpassing en

cortisolniveaus bij honden.


Globaal wordt vaak gezien:

- de eerste dagen vooral draaien om overprikkeling en observeren,

- de eerste weken om wennen aan routines en verwachtingen,

- en pas na langere tijd echte stabiliteit en ontspanning ontstaan.


Maar iedere hond is anders.

Sommige honden landen snel.

Andere honden hebben veel langer nodig.

En zeker bij hulphonden, waar hechting, routines en samenwerking een enorme rol spelen,

kan zo’n verandering veel impact hebben.

Tegelijkertijd betekent terug naar huis niet automatisch dat alles direct weer hetzelfde is.


Ook dát vergeten mensen vaak.

Een hond die weken elders heeft verbleven, moet thuis vaak opnieuw wennen.

En een handler zonder assistentiehond moet ondertussen óók opnieuw leren schakelen.


Soms betekent goed zorgen tijdelijk loslaten

Voor nu is het plan om Iris ongeveer drie weken daar te laten verblijven — hopelijk lang

genoeg voor mijn enkel om verder te herstellen, én voor Iris om met nieuwe ervaringen,

extra training en hopelijk meer stabiliteit weer thuis te komen.


Maar eerlijk gezegd weten we dat niet precies.

We kijken dag voor dag.

Naar mijn herstel.

Naar haar gedrag.

Naar haar stressniveau.

Naar veiligheid.

Naar belastbaarheid.

Naar wat op dat moment verantwoord blijft.


En misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste les van deze periode.

Een hulphondenteam draait niet alleen om zelfstandigheid.

Soms draait het juist om op tijd durven erkennen wanneer je tijdelijk extra hulp nodig hebt.

Want soms betekent goed zorgen niet dat je alles koste wat kost zelf blijft dragen.

Soms betekent goed zorgen juist dat je eerlijk kijkt naar wat jij, je hond én je omgeving op

dat moment nodig hebben.

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page